Inhoudsopgave
Regel A: Algemeen
A.1. Definitie
A.2. Verantwoordelijkheden en bevoegdheden
A.3. Wedstrijden
A.4. Spelregels
A.5. Speelseizoen
A.6. Dispensatie
Regel B: Opbouw competities
B.1. Algemeen
B.2. Opbouw competities
B.3. Indeling teams
B.4. Rangschikking
B.5. Kampioenschappen
B.6. Promotie en degradatie
Regel C: Organisatie competitiedagen
C.1. Algemeen
C.2. Speelzaal en speeldata
C.3. Competitieprogramma
Regel D: Competitiewedstrijden
D.1. Spelerskaarten
D.2. Wedstrijdformulieren
D.3. Teamtenue
D.4. Rolstoel en hockeystick
D.5. Niet opkomen
D.6. Wedstrijd staken, speelveld verlaten
D.7. Gele en rode kaarten
D.8. Schorsingen
D.9. Cumulatieve schorsingen
Regel E: Deelname competitie
E.1. Speelgerechtigdheid en classificatie
E.2. Aanvragen spelerskaart, classificatiekaart, introductie-spelerskaart en dispensatiekaart
E.3. Inschrijving, terugtrekking en uitschrijving
E.4. Teamopgave
E.5. Invallers
E.6. Overschrijvingsbepalingen
E.7. Nederlands Team Rolstoelhockey
Regel F: De scheidsrechter
F.1. Algemeen
F.2. Kwaliteitseisen
F.3. Aanwijzing
F.4. Afwezigheid
Regel G: Protesten
G.1. Definitie
G.2. Indiening
G.3. Behandeling
G.4. Commissie van Beroep
Regel H: Strafoplegging
H.1. Straffen
Bijlage I: Reglement stimuleringsklasse
Bijlage II: Reglement bekertoernooi
Bijlage Ill: Reglement introductiespelerskaart
Bijlage IV: Reglement supercup
Regel A: Algemeen
A.1. Definitie
A.1.1. Het wedstrijdreglement van de Technische Commissie Rolstoelhockey, lid van de Nederlandse sportorganisatie voor mensen met een beperking (NebasNsg), reglementeert de Nederlandse Competitie Rolstoelhockey.
A.2. Verantwoordelijkheden en bevoegdheden
A.2.1. De Technische Commissie Rolstoelhockey is eindverantwoordelijk voor de algemene organisatie en de daarmee verband houdende zaken met betrekking tot de Nederlandse Competitie Rolstoelhockey. Zij kan deze verantwoordelijkheden delegeren aan diverse Wergroepen Rolstoelhockey.
A.2.2. Onder (verantwoordelijke) Werkgroep Rolstoelhockey wordt verstaan: een werkgroep die door de Technische Commissie Rolstoelhockey verantwoordelijk is gesteld voor een deel van de organisatie en/of verband houdende zaken met betrekking tot de Nederlandse Competitie Rolstoelhockey.
A.2.3. De Technische Commissie Rolstoelhockey is verantwoordelijk voor de juiste toepassing van de officiële "Spelregels Rolstoelhockey voor elektrisch en handbewogen rolstoelhockey" en het officiële "Wedstrijdreglement Rolstoelhockey".
A.2.4. Indien zaken zich voordoen, welke niet geregeld zijn in de officiële "Spelregels Rolstoelhockey voor elektrisch en handbewogen rolstoelhockey" en het officiële "Wedstrijdreglement Rolstoelhockey", is de Technische Commissie Rolstoelhockey bevoegd te beslissen.
A.3. Wedstrijden
A.3.1. Onder wedstrijden rolstoelhockey worden verstaan:
- Competitiewedstrijden, zijnde rolstoelhockeywedstrijden die georganiseerd zijn door of onder verantwoordelijkheid van de Technische Commissie Rolstoelhockey. Hieronder vallen alle regionale en landelijke competitiewedstrijden, alsmede de Nationale Kampioenschappen, zijnde de Nederlandse Competitie Rolstoelhockey.
- Bijzondere wedstrijden, zijnde andere rolstoelhockeywedstrijden dan de competitiewedstrijden die georganiseerd zijn door of onder verantwoordelijkheid van de Technische Commissie Rolstoelhockey. Hieronder vallen de Supercup en het Bekertoernooi.
- Internationale wedstrijden van een Nederlands Team Rolstoelhockey.
- Overige wedstrijden, zijnde rolstoelhockeywedstrijden die niet georganiseerd zijn door of onder verantwoordelijkheid van de Technische Commissie Rolstoelhockey.
A.3.2. Competitiewedstrijden hebben voorrang op bijzondere wedstrijden en overige wedstrijden. Bijzondere wedstrijden hebben voorrang op overige wedstrijden. Internationale wedstrijden van een Nederlands Team Rolstoelhockey hebben voorrang op competitiewedstrijden, bijzondere wedstrijden en overige wedstrijden, na overleg met de Technische Commissie Rolstoelhockey.
A.3.3. Van internationale en overige wedstrijden, waarbij spelers kunnen worden uitgenodigd uit de Nederlandse Competitie Rolstoelhockey, dient, door de organiserende instantie, vooraf melding te worden gemaakt bij de Technische Commissie Rolstoelhockey, zijnde:
- Toernooien (een samenhangende reeks wedstrijden),
- Wedstrijden tegen buitenlandse teams,
- Wedstrijden, die vermoedelijk geheel of gedeeltelijk door de televisie worden uitgezonden,
- Andere internationale en overige wedstrijden.
A.4. Spelregels
A.4.1. Competitiewedstrijden worden gespeeld volgens de officiële "Spelregels Rolstoelhockey voor elektrisch en handbewogen rolstoelhockey" en het officiële "Wedstrijdreglement Rolstoelhockey", welke vastgesteld zijn door de Technische Commissie Rolstoelhockey en goedgekeurd door de NebasNsg.
A.4.2. Voor bijzondere en overige wedstrijden kan van de officiële "Spelregels Rolstoelhockey voor elektrisch en handbewogen rolstoelhockey" worden afgeweken.
A.5. Speelseizoen
A.5.1. Het speelseizoen loopt van 15 september tot en met 15 juli. Binnen het speelseizoen worden competitiewedstrijden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van de Technische Commissie Rolstoelhockey.
A.6. Dispensatie
A.6.1. Voor alle bepalingen in dit wedstrijdreglement kan schriftelijk dispensatie worden aangevraagd bij de Technische Commissie Rolstoelhockey. Het al dan niet toekennen van de dispensatie wordt naar redelijkheid en mogelijkheid door de Technische Commissie Rolstoelhockey vastgesteld. In geval van toekenning ontvangt de betreffende sporter een dispensatiekaart met daarop omschreven welke dispensatie is toegekend (zie artikel D.1.4. + E.2.5.).
Regel B: Opbouw competities
B.1. Algemeen
B.1.1. De Nederlandse Competities Rolstoelhockey worden door of onder verantwoordelijkheid van de Technische Commissie Rolstoelhockey georganiseerd voor rolstoelhockeyteams die tijdig zijn ingeschreven voor de Nederlandse Competitie Rolstoelhockey.
B.1.2. De Nederlandse Competitie Rolstoelhockey is onderverdeeld in een competitie voor sporters in elektrische rolstoelen (E-Hockey) en een competitie voor sporters in handbewogen rolstoelen (H-Hockey).
B.2. Opbouw competities
B.2.1. De Competitie E-Hockey- en H-Hockey zijn onderverdeeld in verschillende klassen, waarvan de Super-League de hoogste klasse is. Daaronder volgen de Hoofdklasse, Eerste Klasse en lagere klassen.
B.2.2. Een klasse bestaat uit één landelijke of meerdere regionale competities.
B.2.3. Het aantal teams in een competitie bedraagt minimaal vier teams en maximaal tien teams.
B.2.4. Alle teams in een competitie ontmoeten elkaar tenminste één maal per speelseizoen in minimaal drie competitiedagen.
B.2.5. Aansluitend aan de regionale competities vinden één keer per speelseizoen de Nationale Kampioenschappen plaats, waarvoor uit elke regio de twee hoogst geëindigde teams van elke klasse zich plaatsen.
B.3. Indeling teams
B.3.1. De indeling van de teams in de verschillende klassen geschiedt door de verantwoordelijke Werkgroep Rolstoelhockey, indien nodig in overleg met de Technische Commissie Rolstoelhockey.
B.3.2. Elk, d.m.v. een officiële teamopgave (zie artikel E.1.15., E.3.1. en E.4.), tijdig ingeschreven team heeft de plicht te spelen in die klasse, op welke het krachtens het resultaat van de vorige competitie aanspraak maakt.
B.3.3. Een nieuw team, zijnde een team dat voor de eerste maal aan de Nederlandse Competitie Rolstoelhockey deelneemt, wordt ingedeeld in de laagste klasse, tenzij de verantwoordelijke Werkgroep Rolstoelhockey en de Technische Commissie Rolstoelhockey anders besluiten.
B.4. Rangschikking
B.4.1. De rangschikking wordt bepaald door het verworven aantal wedstrijdpunten. Het team dat een wedstrijd wint, verkrijgt drie punten. Het team dat een wedstrijd verliest, verkrijgt nul punten. Bij een gelijke stand aan het eind van een wedstrijd verkrijgt elk team één punt. Voor een reglementair verloren wedstrijd worden drie wedstrijdpunten in mindering gebracht (zie artikel H.1.3.)
B.4.2. Wanneer teams een gelijk aantal wedstrijdpunten hebben verworven (met in achtneming van artikel B.4.3.) wordt de rangschikking achtereenvolgens bepaald door:
- het doelsaldo, zijnde het verschil tussen het aantal door een team gescoorde doelpunten en het aantal tegen dit team gescoorde doelpunten,
- het resultaat in wedstrijdpunten van de onderling gespeelde wedstrijd(en),
- het doelsaldo van de onderling gespeelde wedstrijd(en),
- het nemen van strafballen (zie artikel B.4.3.).
B.4.3. Strafbalprocedure:
- De scheidsrechters bepalen het doel, waarop de strafballen genomen worden.
- Om te bepalen welk team met het nemen van de strafballen begint, wordt er door de hoofdscheidsrechter getosst. Het team dat de toss wint, geeft aan welk team start met het nemen van de strafballen.
- Van de betreffende teams worden 3 spelers aangewezen en genummerd door de coach. Deze nummering dient, schriftelijk, te worden doorgegeven aan de hoofdscheidsrechter en bepaalt de volgorde van de spelers die de strafballen nemen. Elke speler die op het betreffende wedstrijdformulier vermeld staat, mag opgegeven worden voor de strafbalserie, behalve spelers met een resterende tijdstraf aan het eind van de officiële speeltijd.
- De naam van de doelverdediger wordt door de coach aan de scheidsrechter, schriftelijk, doorgegeven. De naam van de betreffende doelverdediger dient op het wedstrijdformulier vermeld te staan.
- Tijdens het nemen van de strafballen dient de aangewezen doelverdediger het doel te verdedigen.
- De strafballen worden om en om door de betreffende teams genomen.
- De 3 aangewezen spelers van elk team nemen ieder één penalty.
- Het team dat na de strafbalserie de meeste doelpunten heeft gemaakt, is winnaar.
- Indien geen beslissing is verkregen, worden in willekeurige volgorde van de opgegeven spelers, om en om strafballen genomen tot een ongelijke eindstand is bereikt, na een gelijk aantal genomen strafballen.
B.5. Kampioenschappen
B.5.1. In de Super-League is het team, dat aan het eind van de competitie als hoogste is geëindigd in de rangschikking, Nederlands Kampioen van het betreffende speelseizoen.
B.5.2. In de Hoofdklasse is het team, dat aan het eind van de competitie als hoogste is geëindigd in de rangschikking, Kampioen Hoofdklasse van het betreffende speelseizoen.
B.5.3. In de Eerste Klasse en lagere klassen zijn de teams, die aan het eind van een regionale competitie als hoogste zijn geëindigd in de rangschikking, Regionaal Kampioen van de betreffende klasse van het betreffende speelseizoen.
B.5.4. Van de Nationale Kampioenschappen zijn de teams, die aan het eind hiervan als hoogste zijn geëindigd in de rangschikking, Nationaal Kampioen van de betreffende klasse van het betreffende speelseizoen.
B.5.5. Buitenlandse teams, die in de Nederlandse Competitie Rolstoelhockey staan ingeschreven, kunnen geen Nationaal Kampioen worden. Het eerstvolgende Nederlandse team is Nationaal Kampioen van de betreffende klasse.
B.6. Promotie en degradatie
B.6.1. Uit de Hoofdklasse promoveert de Kampioen Hoofdklasse (zie artikel B.5.2.) naar de Super-League met ingang van het eerstvolgende speelseizoen.
B.6.2. Van de Nationale Kampioenschappen promoveert de Nationaal Kampioen van de eerste klasse (zie artikel B.5.4.) naar de Hoofdklasse met ingang van het eerstvolgende speelseizoen.
B.6.3. Uit de tweede en lagere klassen van elke regionale competitie promoveert de Regionaal Kampioen (zie artikel B.5.3.) naar de bovenliggende klasse in de betreffende regio, met ingang van het eerstvolgende speelseizoen.
B.6.4. Uit alle klassen (met uitzondering van de laagste klasse) van elke competitie degradeert m.i.v. het eerstvolgende speelseizoen het laagst geëindigde team naar de onderliggende klasse.
B.6.5. Indien er minder teams naar een klasse promoveren dan er plaatsen beschikbaar zijn, kan de verantwoordelijke Werkgroep Rolstoelhockey, met instemming van de betreffende degradant, besluiten de degradant niet te laten degraderen.
Indien de degradant hiervan geen gebruik wenst te maken, beslist de Technische Commissie Rolstoelhockey krachtens artikel B.3.1. over eventuele opvulling van de beschikbare plaatsen door indeling.
B.6.6. Een vereniging is verplicht om de consequenties van een eindrangschikking te aanvaarden.
B.6.7. Indien een vereniging niet aan de verplichting als genoemd in artikel B.6.6. kan voldoen, kan de betreffende vereniging, tot maximaal 28 dagen voor aanvang van de Nationale Kampioenschappen, hiervoor schriftelijk een met redenen omkleed verzoek indienen bij de Technische Commissie Rolstoelhockey.
Regel C: Organisatie competitiedagen
C.1. Algemeen
C.1.1. Een Werkgroep Rolstoelhockey is verantwoordelijk voor de totale organisatie van die competitie, waarvoor de betreffende werkgroep is aangesteld door de Technische Commissie Rolstoelhockey (zie artikel A.2.2.).
C.1.2. De verantwoordelijke Werkgroep Rolstoelhockey kan verenigingen verplichten een competitiedag te organiseren volgens het draaiboek "Organisatie Competitiedagen Rolstoelhockey".
C.1.3. De verenigingen, welke in het eerstvolgende speelseizoen competitiedagen organiseren, dienen voor 1 mei bekend te zijn bij de Technische Commissie Rolstoelhockey en de betreffende Werkgroep Rolstoelhockey.
C.1.4. Wanneer een vereniging niet voldoet aan het gestelde in artikel C.1.2., legt de Technische Commissie Rolstoelhockey de betreffende vereniging een straf op overeenkomstig artikel H.1.4..
C.2. Speelzaal en speeldata
C.2.1. Competitiedagen dienen op zaterdagen te worden gehouden.
C.2.2. Een competitiewedstrijd mag niet voor 10.00 uur en niet na 18.00 uur aanvangen.
C.2.3. De Technische Commissie Rolstoelhockey publiceert jaarlijks, uiterlijk op 1 april, een ontwerp competitieprogramma voor het eerstvolgende speelseizoen aan de leden competitiezaken van de Werkgroepen Rolstoelhockey.
C.2.4. Een vereniging is tot uiterlijk 1 maart gerechtigd data op te geven waarop zij in het eerstvolgende speelseizoen geen competitiewedstrijden wenst te spelen. Dit verzoek dient schriftelijk aan het secretariaat van de Technische Commissie Rolstoelhockey te geschieden.
C.2.5. De organiserende verenigingen nemen, op basis van het ontwerp competitieprogramma, optie op speelzalen en maken dit bekend aan de betreffende Werkgroep Rolstoelhockey.
C.2.6. De Werkgroepen Rolstoelhockey maken de definitieve speelzalen en speeldata uiterlijk op 1 juli, schriftelijk, aan de Technische Commissie Rolstoelhockey bekend.
C.2.7. Bij het niet nakomen door organiserende verenigingen van het bepaalde in artikel C.2.5. is de Technische Commissie Rolstoelhockey gerechtigd zelf initiatieven te nemen.
C.2.8. Uiterlijk op 15 juli geeft de Technische Commissie Rolstoelhockey schriftelijk al dan niet haar toestemming aan de Werkgroepen Rolstoelhockey om op de door hen opgegeven plaatsen en data de competitiewedstrijden te organiseren.
Indien geen toestemming verleend wordt, wordt dit zo spoedig mogelijk door de Technische Commissie Rolstoelhockey besproken met de verantwoordelijke Werkgroep Rolstoelhockey.
C.2.9. De Technische Commissie Rolstoelhockey kan nadere bepalingen vaststellen met betrekking tot de dagen en tijden waarop wedstrijden al dan niet kunnen worden vastgesteld.
C.3. Competitieprogramma
C.3.1. De verantwoordelijke Werkgroep Rolstoelhockey stelt voor elke klasse de competitievorm vast, gerelateerd aan het aantal ingeschreven teams met inachtneming van het daartoe gereglementeerde in artikel B..
C.3.2. De Technische Commissie Rolstoelhockey publiceert uiterlijk 1 oktober van het nieuwe speelseizoen het competitieprogramma van het betreffende speelseizoen.
C.3.3. Wedstrijddagen die vóór 1 oktober plaatsvinden dienen, tenminste 14 dagen voor aanvang, door de betreffende Werkgroep aan alle betrokken verenigingen schriftelijk te worden aangekondigd.
C.3.4. Eventuele noodzakelijke wijzigingen in het competitieprogramma worden, tenminste zeven dagen voor aanvang van de betreffende wedstrijd(en) door de verantwoordelijke Werkgroep Rolstoelhockey, schriftelijk, aan de betrokkenen bekend gemaakt.
C.3.5. De verantwoordelijke Werkgroep Rolstoelhockey kan, in overleg met het lid competitiezaken van de Technische Commissie Rolstoelhockey, besluiten een competitiedag af te gelasten, indien zich buitengewone omstandigheden voordoen.
Regel D: Competitiewedstrijden
D.1. Spelerskaarten
D.1.1. Voor de aanvang van een competitiewedstrijd dient een speler zich te legitimeren met een geldige spelerskaart (zie artikel E.1. en E.2.), een kopie hiervan, een classificatiekaart (zie artikel E.1.8. en E.2.) of een introductie-spelerskaart (zie bijlage III).
D.1.2. De scheidsrechter ontzegt een speler het recht aan een wedstrijd deel te nemen, indien een speler zijn geldige spelerskaart, een kopie hiervan, een classificatiekaart of een introductie-spelerskaart niet kan tonen.
D.1.3. De classificatie van een speler dient op de spelerskaart of classificatiekaart vermeld te staan (zie artikel E.1.4. t/m E.1.6.).
D.1.4. Een speler die gebruik maakt van een dispensatiekaart (zie artikel A.6.1. en E.2.5.) dient deze voor aanvang van de competitiewedstrijd aan de scheidsrechter te tonen.
D.1.5. Een speler die niet voldoet aan het omschrevene in artikel D.1., wordt beschouwd als een niet speelgerechtigde speler. De vereniging waarvan de betreffende speler lid is, wordt bestraft overeenkomstig artikel H.1.2.1.
D.2. Wedstrijdformulieren
D.2.1. De achternamen, voorletters en spelersnummers van alle spelers van een team, zoals vermeld op de teamopgave (zie artikel E.4.2.), dienen op het wedstrijdformulier vermeld te staan.
D.2.2. Een invaller (zie artikel E.5.) wordt op het wedstrijdformulier bijgeschreven op het moment dat de betreffende speler daadwerkelijk invalt.
D.2.3. Een speler bij wiens naam een "v" op het wedstrijdformulier is vermeld, wordt geacht in de betreffende wedstrijd te zijn uitgekomen.
D.2.4. De hoofdscheidsrechter is eindverantwoordelijk voor het volledig en juist invullen van het wedstrijdformulier.
D.2.5. Het lid competitiezaken van de verantwoordelijke Werkgroep Rolstoelhockey maakt aan de hand van de wedstrijdformulieren een schriftelijk overzicht van de eindstanden, de rangschikking, de invallers en bijzonderheden en rapporteert dit binnen 7 werkdagen na de betreffende wedstrijddag aan het lid competitiezaken van de Technische Commissie Rolstoelhockey.
D.3. Teamtenue
D.3.1. Alle spelers van een team behoren gekleed te zijn in een behoorlijk en uniform tenue. Het tenue van de keeper dient een afwijkende kleur te hebben.
D.3.2. De aanvoerder van het team is herkenbaar aan een aanvoerdersband.
D.3.3. Spelers zijn voorzien van achternamen, voorletters en spelersnummers, welke goed zichtbaar en leesbaar aan de achterzijde van de rolstoel bevestigd zijn.
D.3.4. Niet-functionele kledingstukken zijn niet toegestaan tijdens een wedstrijd.
D.3.5. Indien de kleuren van de tenues van twee teams, die in een wedstrijd tegen elkaar moeten uitkomen, gelijk of vrijwel gelijk zijn, dient het laatstgenoemde team op het wedstrijdformulier voor een tenue in afwijkende kleuren te zorgen.
D.3.6. Indien een speler niet aan de bepalingen in artikel D.3. voldoet, is de betreffende speler niet gerechtigd aan de wedstrijd deel te nemen.
D.4. Rolstoel en hockeystick
D.4.1. De rolstoel en hockeystick dienen te voldoen aan het gestelde in de officiële "Spelregels Rolstoelhockey voor elektrisch en handbewogen rolstoelhockey".
D.4.2. Tijdens een wedstrijd mogen geen onnodige, te verwijderen attributen op, aan, in of onder de rolstoel aanwezig zijn.
D.4.3. Indien een speler niet aan de bepalingen in artikel D.4. voldoet, is de betreffende speler niet gerechtigd aan de wedstrijd deel te nemen.
D.5. Niet opkomen
D.5.1. Indien een team op de vastgestelde tijd niet speelklaar op het speelveld aanwezig is, wordt dit beschouwd als niet opkomen. De scheidsrechter maakt hiervan melding op het wedstrijdformulier. De vereniging wordt een straf opgelegd overeenkomstig artikel H.1.2.2..
D.5.2. De wedstrijd van een niet opgekomen team wordt, door de Technische Commissie Rolstoelhockey, uitsluitend opnieuw vastgesteld, indien de tegenpartij van het niet opgekomen team aantoonbaar nadeel ondervindt m.b.t. promotie of degradatie.
D.5.3. De Technische Commissie Rolstoelhockey is gerechtigd een team, dat meer dan één competitiedag niet is opgekomen, verdere deelname aan de Nederlandse Competitie Rolstoelhockey te ontzeggen. De tot dan toe gespeelde wedstrijden van een uit de Nederlandse Competitie Rolstoelhockey teruggenomen team worden als niet gespeeld beschouwd.
D.6. Wedstrijd staken, speelveld verlaten
D.6.1. Indien een speler een wedstrijd staakt of het speelveld verlaat gedurende de wedstrijd zonder toestemming van de hoofdscheidsrechter, wordt de betreffende speler door de hoofdscheidsrechter het recht ontzegd verder deel te nemen aan de betreffende wedstrijd en mag niet worden vervangen. De hoofdscheidsrechter maakt hiervan melding op het wedstrijdformulier. De vereniging wordt een straf opgelegd overeenkomstig artikel H.1.7.
D.6.2. Indien een team een wedstrijd weigert aan te vangen, staakt of het speelveld verlaat gedurende de wedstrijd zonder toestemming van de hoofdscheidsrechter, maakt de hoofdscheidsrechter hiervan melding op het wedstrijdformulier. De vereniging wordt een straf opgelegd overeenkomstig artikel H.1.2.3. en H.1.7.
D.6.3. Wanneer bij een vereniging betrokken speler(s), coach(es), begeleider(s) of publiek het niet aanvangen of het staken van een wedstrijd veroorzaken, maakt de hoofdscheidsrechter hiervan melding op het wedstrijdformulier. De betreffende vereniging wordt een straf opgelegd overeenkomstig artikel H.1.2.6..
D.7. Gele en rode kaarten
D.7.1. In alle klassen is de scheidsrechter gerechtigd gele en rode kaarten toe te kennen voor overtredingen van de spelregels.
D.7.2. Na toekenning van een gele of rode kaart volgt een straf overeenkomstig artikel D.8. en D.9.
D.8. Schorsingen
D.8.1. Wanneer een speler zijn eerste gele kaart ontvangt in een wedstrijd volgt een tijdstraf van 2 minuten. De betreffende speler mag niet vervangen worden. De scheidsrechter geeft aan wanneer de speler terug in het veld mag komen. De gegeven gele kaart wordt meegenomen volgens de cumulatieve schorsingen overeenkomstig artikel D.9..
D.8.2. Wanneer een speler zijn tweede gele kaart ontvangt in een competitiewedstrijd volgt diskwalificatie voor de verdere duur van de wedstrijd. De betreffende speler mag niet vervangen worden. Daarnaast is de betreffende speler voor de twee eerstvolgende competitiewedstrijden en/of Supercup geschorst. De gele kaart wordt meegenomen volgens de cumulatieve schorsingen overeenkomstig artikel D.9..
D.8.3. Wanneer een speler direct een rode kaart ontvangt in een wedstrijd volgt diskwalificatie voor de verdere duur van de wedstrijd. De betreffende speler mag niet vervangen worden. Daarnaast is de betreffende speler voor de drie eerstvolgende competitiewedstrijden en/of Supercup geschorst.
D.8.4. Gele en rode kaarten worden niet "meegenomen" naar het eerstvolgende speelseizoen.
D.8.5. Schorsingen blijven van kracht in het eerstvolgende speelseizoen.
D.9. Cumulatieve schorsingen
D.9.1. Wanneer een speler gedurende het speelseizoen een derde gele kaart ontvangt volgt automatisch een schorsing voor de eerstvolgende competitiewedstrijd en/of Supercup.
De gele kaart wordt meegenomen volgens de cumulatieve schorsingen.
D.9.2. Wanneer een speler gedurende het speelseizoen een vijfde en elke volgende oneven gele kaarten ontvangt, volgt automatisch een schorsing voor de eerstvolgende competitiewedstrijd en/of Supercup. De gele kaarten worden meegenomen volgens de cumulatieve schorsingen.
D.9.3. Wanneer een speler één gele kaart heeft ontvangen gedurende het speelseizoen en vervolgens tweemaal de gele kaart ontvangt in één wedstrijd, volgt direct uitsluiting. Deze speler mag niet vervangen worden. Daarnaast is de betreffende speler voor de twee eerstvolgende competitiewedstrijden en/of Supercup geschorst. De gele kaarten worden meegenomen volgens de cumulatieve schorsingen.
Regel E: Deelname competitie
E.1. Speelgerechtigdheid en classificatie
E.1.1. Een persoon is speelgerechtigd voor de Nederlandse H-Hockey Competitie, wanneer de betreffende persoon voldoet aan het gestelde in artikel E.1.8. t/m artikel E.1.10.
E.1.2. Een persoon, die zich uitsluitend in een elektrische rolstoel zelfstandig kan verplaatsen, is speelgerechtigd voor de Nederlandse E-Hockey Competitie, wanneer de betreffende persoon voldoet aan het gestelde in artikel E.1.4. t/m artikel E.1.10.
E.1.3. Een persoon, die niet voldoet aan het gestelde in artikel E.1.2., maar over onvoldoende fysieke mogelijkheden beschikt om een teamsport (waarin het zichzelf verplaatsen een belangrijk element is) anders dan in een elektrische rolstoel te beoefenen, is speelgerechtigd voor de Nederlandse E-Hockey Competitie, wanneer de betreffende persoon voldoet aan het gestelde in artikel E.1.4. t/m artikel E.1.10.
E.1.4. Voor elke persoon die deel wil nemen aan de Nederlandse E-Hockey Competitie, dient de vereniging, waarvan de betreffende persoon lid is, classificatie aan te vragen bij de NebasNsg, d.m.v. het officiële "Classificatieaanvraagformulier".
E.1.5. De classificatiecommissie van de NebasNsg neemt de aanvraag, als genoemd in artikel E.1.4. in behandeling en de betreffende persoon wordt getoetst door een onafhankelijk (para)medicus van de classificatiecommissie van de NebasNsg, aan de hand van vooraf vastgestelde criteria.
E.1.6. Na een positief, schriftelijk vastgelegd, besluit door de classificatiecommissie van de NebasNsg, is de persoon, als genoemd in artikel E.1.2. of E.1.3., speelgerechtigd voor de Nederlandse E-Hockey Competitie, indien de betreffende persoon tevens voldoet aan het gestelde in artikel E.1.8. t/m artikel E.1.10.
E.1.7. Indien, in geval van twijfel over de speelgerechtigdheid van een speler, op verzoek van de Technische Commissie Rolstoelhockey, een persoon een keuring of herkeuring dient aan te vragen, is een vereniging verplicht hieraan gehoor te geven.
E.1.8. Een speler dient over een geldige spelerskaart met pasfoto, classificatiekaart of introductiespelerskaart te beschikken (zie artikel D.1. en artikel E.2.).
E.1.9. Een speler mag gedurende het speelseizoen slechts voor één vereniging in competitiewedstrijden uitkomen.
E.1.10. Voor een vereniging mogen in competitiewedstrijden uitsluitend spelers uitkomen, die lid zijn van die vereniging of in bezit zijn van een introductie-spelerskaart (zie bijlage III).
E.1.11. Een speler die tijdens een wedstrijd onder invloed is van alcoholische drank of andere verdovende middelen, wordt door de hoofdscheidsrechter het recht ontzegd verder aan de wedstrijd deel te nemen. De betreffende speler wordt beschouwd als een niet speelgerechtigde speler (zie artikel E.1.13.).
E.1.12. Een speler mag niet onder een valse naam deelnemen aan een wedstrijd. De betreffende speler wordt beschouwd als een niet speelgerechtigde speler (zie artikel E.1.13.).
E.1.13. Een niet speelgerechtigde speler is een in een wedstrijd uitgekomen speler, die daartoe op dat moment op grond van artikel E.1. van het officiële "Wedstrijdreglement Rolstoelhockey" niet speelgerechtigd was.
E.1.14. Op voorstel van de verantwoordelijke Werkgroep Rolstoelhockey wordt door de Technische Commissie Rolstoelhockey aan een vereniging, waarvan een niet speelgerechtigde speler aan een wedstrijd heeft deelgenomen, een straf opgelegd overeenkomstig artikel H.1.2.1.
E.1.15. Een team is speelgerechtigd indien door de vereniging tijdig en schriftelijk, een volledig en naar waarheid ingevulde teamopgave is ingediend bij de verantwoordelijke Werkgroep Rolstoelhockey (zie artikel B.3.2. en E.4.).
E.2. Aanvragen spelerskaart, classificatiekaart, introductie-spelerskaart en dispensatiekaart
E.2.1. Een spelerskaart en/of verlenging daarvan dient door de vereniging, onder gelijktijdige betaling, aangevraagd te worden bij het bondsbureau van de NebasNsg d.m.v. het officiële "Aanmeldingsformulier Spelerskaarten".
E.2.2. Een classificatiekaart wordt door de classificatiecommissie van de NebasNsg aan een persoon verstrekt die, na toetsing door een onafhankelijk (para)medicus van de classificatiecommissie van de NebasNsg (zie artikel E.1.5.), speelgerechtigd is bevonden voor de Nederlandse E-Hockey Competitie (zie artikel E.1.6.).
E.2.3. Een classificatiekaart is geldig, totdat de betreffende persoon in het bezit is van een geldige spelerskaart.
E.2.4. De aanvraag van een introductie-spelerskaart geschiedt volgens het reglement "Introductie Spelerskaart" (zie bijlage III).
E.2.5. Een dispensatiekaart dient, schriftelijk en met reden omkleed, aangevraagd te worden bij de Technische Commissie Rolstoelhockey (zie artikel A.6.1.).
E.3. Inschrijving, terugtrekking en uitschrijving
E.3.1. Een vereniging kan voor 1 juli bij de verantwoordelijke Werkgroep Rolstoelhockey een nieuw team inschrijven voor het eerstvolgende speelseizoen van de Nederlands Competitie Rolstoelhockey d.m.v. een officieel "Teamopgave Formulier", aan te vragen bij het secretariaat van de Technische Commissie Rolstoelhockey.
E.3.2. De inschrijving van een team, dat reeds in de Nederlands Competitie Rolstoelhockey uitkomt, wordt automatisch verlengd voor het eerstvolgende speelseizoen, tenzij dit team door de betreffende vereniging voor het eerstvolgende speelseizoen is uitgeschreven.
E.3.3. Een vereniging kan in principe geen team terugtrekken tijdens de competitie.
Slechts in het geval zich bijzondere omstandigheden voordoen tijdens het speelseizoen, kan een vereniging de verantwoordelijke Werkgroep Rolstoelhockey schriftelijk verzoeken een team terug te mogen trekken uit de competitie.
E.3.4. Een teruggetrokken team wordt beschouwd als een uit de Nederlandse Competitie Rolstoelhockey uitgeschreven team. De tot dan toe gespeelde wedstrijden van een teruggetrokken team worden als niet gespeeld beschouwd.
E.3.5. Een vereniging kan tot 1 juli een team, met ingang van het eerstvolgende speelseizoen, schriftelijk uitschrijven voor deelname aan de Nederlandse Competitie Rolstoelhockey, bij de verantwoordelijke Werkgroep Rolstoelhockey.
E.4. Teamopgave
E.4.1. Een vereniging dient vóór 15 september aan de verantwoordelijke Werkgroep Rolstoelhockey per team een opgave te verstrekken van alle speelgerechtigde spelers (zie artikel E.1.), die in het eerstvolgende speelseizoen uitkomen in het betreffende team, d.m.v. een officieel "Teamopgave Formulier", aan te vragen bij het secretariaat van de Technische Commissie Rolstoelhockey.
E.4.2. Op het "Teamopgave Formulier" dient door de vereniging de classificatie (E.1.1., E.1.2. of E.1.3.), het spelersnummer, de voorletter(s) en achternaam van alle spelers vermeld te worden. De opgegeven spelersnummers zijn per speler bindend voor het betreffende speelseizoen.
E.4.3. Per team in de Super-League en Hoofdklasse dienen op de teamopgave minimaal zes spelers opgegeven te worden. Per team uit de overige klassen geldt een minimum van vijf spelers.
E.4.4. Op de laatste competitiedag van een speelseizoen en tijdens de Nationale Kampioenschappen mogen geen nieuwe spelers aan een team worden toegevoegd. De invallerbepalingen, als genoemd in artikel E.5., blijven van kracht.
E.4.5. Een teamopgave dient volledig en naar waarheid te zijn ingevuld. Bij overtreding van artikel E.4., legt de Technische Commissie Rolstoelhockey de betreffende vereniging een straf op overeenkomstig artikel H.1.5..
E.5. Invallers
E.5.1. Een invaller is een speler die in een ander team van de eigen vereniging uitkomt dan waarvoor de betreffende speler bij de teamopgave is opgegeven (zie artikel E.4.1.).
E.5.2. Een speler mag uitsluitend invallen in een team, dat als hoger team van de vereniging staat ingeschreven bij de teamopgave, dan het team waarin de betreffende speler zelf staat ingeschreven. Bij overtreding van dit artikel legt de Technische Commissie Rolstoelhockey de betreffende vereniging een straf op overeenkomstig artikel H.1.2.5.
E.5.3. Een speler die in een speelseizoen meer dan twee wedstrijden of meer dan één competitiedag (bestaande uit meer dan twee wedstrijden) invalt in een team, behoort de verdere competitie tot dit team.
Indien de betreffende speler in meer dan één team is ingevallen, behoort de speler de verdere competitie tot het team, waarin de betreffende speler de meeste keren is ingevallen.
Wanneer de betreffende speler een gelijk aantal keren in meer dan één team is ingevallen, behoort de speler de verdere competitie tot het team, dat het hoogst staat ingeschreven bij de teamopgave.
E.6. Overschrijvingsbepalingen
E.6.1. Een speler kan, in de periode 16 juli tot en met 14 september van hetzelfde jaar, lid worden van een andere vereniging.
E.6.2. Een speler kan tijdens het lopende speelseizoen (15 september t/m 15 juli) slechts lid worden van een andere vereniging, wanneer:
- Een speler in het lopende speelseizoen verhuist op een dusdanige afstand en/of reistijd van de vestigingsplaats van de 'oude' vereniging die, naar het oordeel van de Technische Commissie Rolstoelhockey, te groot is.
- Een speler in het lopende speelseizoen lid was van een vereniging die is opgeheven.
E.6.3. Bij uitschrijving van een speler, dient de "oude" vereniging een mutatieformulier van de NebasNsg in te vullen en samen met de spelerskaart te verzenden aan het bondsbureau van de NebasNsg.
E.6.4. De "nieuwe" vereniging dient bij de NebasNsg een spelerskaart aan te vragen d.m.v. een mutatieformulier.
E.6.5. Wanneer bij uitschrijving van een speler blijkt dat deze speler nog niet aan al zijn verplichtingen, voortvloeiende uit de lidmaatschapsverhoudingen, heeft voldaan, kan de betreffende speler niet worden ingeschreven bij een nieuwe vereniging.
E.6.6. Zodra de speler aan de in artikel E.6.5. genoemde verplichtingen heeft voldaan, kan de betreffende speler worden overgeschreven naar de "nieuwe" vereniging.
E.6.7. Indien een door de Technische Commissie Rolstoelhockey of Commissie van Beroep opgelegde schorsing op het moment van overschrijving nog niet (geheel) is geëffectueerd, wordt de betreffende speler pas speelgerechtigd na effectuering van de gehele schorsing.
E.6.8. Voordat een speler in een competitiewedstrijd mag uitkomen, dient aan de bepalingen gesteld in E.1. te zijn voldaan.
E.6.9. Wordt aan de overschrijvingsbepalingen als genoemd in artikel E.6.1. t/m E.6.8. niet voldaan, dan legt de Technische Commissie Rolstoelhockey de betreffende vereniging een straf op overeenkomstig artikel H.1.2.4..
E.6.10. In gevallen waarin toepassing van dit reglement niet in het belang is van de betrokken speler, kan de Technische Commissie Rolstoelhockey de betrokkene alsnog toestemming tot veranderen van vereniging verlenen.
E.7. Nederlands Team Rolstoelhockey
E.7.1. Een Nederlands Team Rolstoelhockey valt onder de verantwoordelijkheid van het, door de NebasNsg daarvoor aangestelde, Begeleidingsteam.
E.7.2. Voor een Nederlands Team Rolstoelhockey gelden de, door het Begeleidingsteam vastgestelde, bepalingen die opgenomen zijn in het "Reglement Nederlands Team E-Hockey", cq. het "Reglement Nederlands Team H-Hockey".
E.7.3. Een Nederlands Team dient te voldoen aan de nationaal en internationaal vastgestelde reglementen.
E.7.4. Voor een Nederlands Team kunnen, door het betreffende Begeleidingsteam ‘Nederlands Team' uitsluitend spelers worden uitgenodigd met de Nederlandse nationaliteit, die volgens de nationale en internationale reglementen speelgerechtigd zijn voor rolstoelhockey.
E.7.5. Een uitnodiging aan een speler voor een Nederlands Team wordt, door het betreffende Begeleidingsteam ‘Nederlands Team', rechtstreeks gezonden aan de betreffende speler onder gelijktijdige kennisgeving aan de vereniging waarvan deze speler lid is, de Technische Commissie Rolstoelhockey en de NebasNsg.
E.7.6. Een vereniging mag een speler van die vereniging niet belemmeren deel te nemen aan trainingen en wedstrijden van een Nederlands Team waarvoor de betreffende speler is uitgenodigd door het betreffende Begeleidingsteam.
E.7.7. Een vereniging kan schriftelijk uitstel vragen bij de Technische Commissie Rolstoelhockey voor een wedstrijd van een team, waarvan een speler van het betreffende team deelneemt aan een gelijktijdige activiteit van een Nederlands Team. Eveneens kan uitstel worden aangevraagd van een wedstrijd, indien tussen beide bovenbedoelde activiteiten minder dan 24 uur is gelegen.
E.7.8. Straffen, welke in de Nederlandse Competitie Rolstoelhockey opgelegd zijn aan een voor een Nederlands Team geselecteerde speler, zijn niet van toepassing op selectie en deelname aan een Nederlands Team.
E.7.9. Aanpassingen van artikel E.7. dienen door de Technische Commissie Rolstoelhockey met het Begeleidingsteam te worden overlegd en vastgesteld.
Regel F: De scheidsrechter
F.1. Algemeen
F.1.1. De scheidsrechter is verantwoordelijk voor de toepassing van de officiële "Spelregels Rolstoelhockey voor elektrisch en handbewogen rolstoelhockey" en het officiële "Wedstrijdreglement Rolstoelhockey", voor zover van toepassing op de wedstrijd.
F.1.2. De scheidsrechter dient zich te houden aan het scheidsrechtersschema, zoals opgesteld door het lid scheidsrechterszaken van de verantwoordelijke Werkgroep Rolstoelhockey. Alleen in overleg met het betreffende lid scheidsrechterszaken kan hiervan worden afgeweken.
F.1.3. Het is een scheidsrechter niet toegestaan om, binnen de tijd waarin de betreffende scheidsrechter één of meerdere wedstrijden dient te leiden, alcohol of andere drogerende middelen te nuttigen.
F.1.4. De hoofdscheidsrechter dient op het wedstrijdformulier melding te maken van alle, tijdens de wedstrijd geconstateerde, onregelmatigheden. De aanvoerders van de betrokken teams dienen direct na afloop van de wedstrijd van de melding op de hoogte te worden gesteld door de hoofdscheidsrechter.
F.1.5. Een scheidsrechter is verplicht over een melding als genoemd in artikel F.1.4. op aanvraag van de verantwoordelijke Werkgroep Rolstoelhockey en/of Technische Commissie Rolstoelhockey rapport uit te brengen (zie artikel G.3.3.).
F.1.6. De hoofdscheidsrechter heeft het recht een wedstrijd niet te doen aanvangen of te staken, wegens:
- het niet voldoen van spelers of teams aan het wedstrijdreglement;
- wangedrag van spelers, coaches, begeleiders en/of publiek;
- andere buitengewone omstandigheden.
- Indien de hoofdscheidsrechter de wedstrijd om één van bovenstaande redenen niet doet aanvangen of staakt, wordt de betreffende vereniging een straf overeenkomstig artikel H.1.2.6. opgelegd. De hoofdscheidsrechter maakt hiervan melding op het wedstrijdformulier.
F.2. Kwaliteitseisen
F.2.1. Elke scheidsrechter dient een officieel, door of namens de Technische Commissie Rolstoelhockey georganiseerd scheidsrechtersexamen, met goed gevolg te hebben afgelegd.
F.2.2. Een scheidsrechter is bevoegd wedstrijden te leiden in die klasse waarvoor de betreffende scheidsrechter namens de Technische Commissie Rolstoelhockey gediplomeerd is.
F.3. Aanwijzing
F.3.1. De aanwijzing van scheidsrechters voor het leiden van competitiewedstrijden geschiedt door het lid scheidsrechterszaken van de verantwoordelijke Werkgroep Rolstoelhockey. De aanwijzing van scheidsrechters voor het leiden van bijzondere wedstrijden geschiedt door het lid scheidsrechterszaken van de Technische Commissie Rolstoelhockey.
F.3.2. Een scheidsrechter mag geen lid zijn en/of op geen enkele wijze gebonden zijn aan een vereniging van één van de aan de wedstrijd deelnemende teams (met inachtneming van het gestelde artikel F.4.1.).
F.3.3. Een aspirant-scheidsrechter dient een wedstrijd te leiden onder begeleiding van een gediplomeerd scheidsrechter.
F.3.4. Elke vereniging is verplicht om per ingeschreven team tenminste één scheidsrechter aan de competitie ter beschikking te stellen.
F.3.5. Indien een vereniging niet aan de verplichting zoals gesteld in artikel F.3.4. voldoet, legt de Technische Commissie Rolstoelhockey de vereniging een boete op overeenkomstig artikel H.1.6..
F.3.6. De Technische Commissie Rolstoelhockey kan nadere bepalingen vaststellen met betrekking tot de aanwijzing van scheidsrechters.
F.4. Afwezigheid
F.4.1. Indien één of beide van de aangewezen scheidsrechters niet op de aanvangstijd van de wedstrijd aanwezig is, dient achtereenvolgens besloten te worden om:
- Een andere scheidsrechter die geen binding heeft met de twee betrokken teams te verzoeken de wedstrijd te leiden;
- Een andere scheidsrechter die wel binding heeft met één van de twee betrokken teams te verzoeken de wedstrijd te leiden;
- De wedstrijd alleen te leiden;
- De wedstrijd niet te laten spelen.
F.4.2. Teams zijn verplicht de leiding van een aangewezen vervangende scheidsrechter te aanvaarden.
F.4.3. Besluit over de aanwijzing van een vervangende scheidsrechter wordt genomen door de verantwoordelijke Werkgroep Rolstoelhockey, achtereenvolgens:
- Het lid competitiezaken in overleg met het lid scheidsrechterszaken en aanwezige scheidsrechter.
- Indien het lid competitiezaken niet aanwezig is, neemt het lid scheidsrechterszaken dit besluit, in overleg met de aanwezige scheidsrechter.
- Indien geen van de leden van de betreffende Werkgroep Rolstoelhockey aanwezig is, neemt de aanwezige scheidsrechter dit besluit.
F.4.4. Indien een wedstrijd wegens het ontbreken van een scheidsrechter geen doorgang kan vinden, wordt de betreffende wedstrijd, voor zover noodzakelijk voor het competitieverloop en/of de eindklassering, door de verantwoordelijke Werkgroep Rolstoelhockey opnieuw vastgesteld.
Regel G: Protesten
G.1. Definitie
G.1.1. Een protest is een schriftelijk ingediend bezwaar bij de Technische Commissie Rolstoelhockey, over de toepassing van de "Spelregels Rolstoelhockey voor elektrisch en handbewogen rolstoelhockey" en/of het officiële "Wedstrijdreglement Rolstoelhockey".
G.2. Indiening
G.2.1. Een vereniging heeft het recht direct na afloop van een wedstrijd, waarin een team van de betreffende vereniging is uitgekomen, een protest in te dienen bij de hoofdscheidsrechter.
G.2.2. De hoofdscheidsrechter is verplicht een protest, als genoemd in artikel G.2.1., aan te tekenen op het wedstrijdformulier. Betrokken scheidsrechters en verenigingen dienen het protest voor gezien te ondertekenen.
G.2.3. De protesterende vereniging dient alles wat redelijkerwijs verwacht mag worden, te hebben gedaan ter voorkoming van een uiteindelijk protest.
G.2.4. Een protest dient binnen drie werkdagen na de betreffende wedstrijddag door het bestuur van de protesterende vereniging te worden ingediend bij het secretariaat van de Technische Commissie Rolstoelhockey. Tevens dient de protesterende vereniging binnen 7 werkdagen na de betreffende wedstrijddag aan de penningmeester van de Technische Commissie Rolstoelhockey € 45,-- te voldoen voor elk feit waartegen geprotesteerd wordt.
G.3. Behandeling
G.3.1. De Technische Commissie Rolstoelhockey neemt een protest uitsluitend in behandeling indien voldaan is aan de voorwaarden van indiening als vermeld in artikel G.2.4.
G.3.2. De Technische Commissie Rolstoelhockey beslist over de wijze van behandeling van een protest (schriftelijk, mondeling, oproepen van getuigen e.d.).
G.3.3. De betrokken Werkgroep Rolstoelhockey, verenigingen en scheidsrechters dienen op aanvraag van de Technische Commissie Rolstoelhockey rapport uit te brengen.
G.3.4. De uitspraak van de Technische Commissie Rolstoelhockey wordt, binnen 30 dagen na ontvangst van het protest, schriftelijk meegedeeld aan de betrokken Werkgroep Rolstoelhockey, verenigingen en scheidsrechters.
G.3.5. Indien een protest wordt afgewezen zijn de kosten voor rekening van de protesterende vereniging.
G.3.6. Indien een protest wordt toegewezen, wordt het protestgeld aan de protesterende vereniging gerestitueerd.
G.3.7. De Technische Commissie Rolstoelhockey kan op verzoek van één der betrokken partijen een nieuw onderzoek instellen, indien achteraf nieuwe feiten bekend worden. Op basis van dit onderzoek kan de Technische Commissie Rolstoelhockey een eerder gedane uitspraak herzien.
G.3.8. Indien de betreffende vereniging niet akkoord gaat met de uitspraak van de Technische Commissie Rolstoelhockey, kan deze vereniging in beroep gaan tegen het genomen besluit. Een beroep dient schriftelijk en binnen 7 dagen na de uitspraak van de Technische Commissie Rolstoelhockey door het bestuur van de protesterende vereniging te worden ingediend bij het secretariaat van de NebasNsg.
Regel H: Strafoplegging
H.1. Straffen
H.1.1. De Technische Commissie Rolstoelhockey kan, zowel zelfstandig als op basis van een rapport van een Werkgroep Rolstoelhockey en/of scheidsrechter(s) en/of vereniging(en) straffen aan verenigingen opleggen bij overtreding van dit wedstrijdreglement.
H.1.2. De Technische Commissie Rolstoelhockey verklaart een wedstrijd reglementair verloren (zie artikel H.1.3.), wanneer:
- Een team in een wedstrijd is uitgekomen met een speler die op grond van het officiële "Wedstrijdreglement Rolstoelhockey" niet speelgerechtigd was (zie artikel D.1. en E.1.).
- Een team niet is opgekomen (zie artikel D.5.).
- Een team zonder toestemming van de hoofdscheidsrechter een wedstrijd heeft gestaakt of het speelveld heeft verlaten gedurende een wedstrijd (zie artikel D.6.2.).
- Een team in een wedstrijd is uitgekomen met een speler, die niet voldaan heeft aan de overschrijvingsbepalingen (zie artikel E.6.9.).
- Een team in een wedstrijd is uitgekomen met een speler die invalt in een lager team dan waarvoor de betreffende speler bij de teamopgave is opgegeven (zie artikel E.5.2.).
- Bij een vereniging betrokken speler(s), coach(es), begeleider(s) of publiek het niet aanvangen of een staking van een wedstrijd veroorzaken (zie artikel D.6.3. en F.1.6.).
H.1.3. Wanneer een wedstrijd reglementair verloren wordt verklaard (zie artikel H.1.2.), worden bij het betreffende team drie wedstrijdpunten in mindering gebracht (zie artikel B.4.1.).
De tegenpartij wint de betreffende wedstrijd reglementair met 5-0 en verkrijgt drie wedstrijdpunten.
H.1.4. De Technische Commissie Rolstoelhockey legt een vereniging een boete op van € 500,-- (zie artikel C.1.4.), wanneer een vereniging na verzoek krachtens artikel C.1.2. geen competitieronde organiseert.
H.1.5. De Technische Commissie Rolstoelhockey legt een vereniging een boete op van € 200,- wanneer een vereniging een teamopgave niet volledig en naar waarheid heeft ingediend (zie artikel E.4.5.).
H.1.6. De Technische Commissie Rolstoelhockey legt een vereniging een boete op van € 100,-- wanneer een vereniging na verzoek krachtens artikel F.3.4. geen scheidsrechter per ingeschreven team ter beschikking stelt.
H.1.7. De Technische Commissie Rolstoelhockey legt een vereniging een boete op van
€ 25,- per speler, met een maximum van € 100,-- per team, wanneer (een) speler(s) van een team van de betreffende vereniging een wedstrijd niet heeft doen aanvangen, een wedstrijd heeft gestaakt of het speelveld heeft verlaten gedurende de wedstrijd zonder toestemming van de hoofdscheidsrechter (zie artikel D.6.) .
H 1.8. Wanneer een vereniging weigert een boete zoals gesteld in artikel H.1.4. t/m H.1.7. te voldoen, wordt de betreffende vereniging verdere deelname aan de Nederlandse Competitie Rolstoelhockey ontzegd door de Technische Commissie Rolstoelhockey.
H.1.9. In geval van strafzaken, die niet met een boete kunnen worden afgedaan, zoals onder andere seksuele intimidatie, legt de Technische Commissie Rolstoelhockey de betreffende zaak direct voor aan de NebasNsg.
Bijlage I: Reglement stimuleringsklasse
l.1. Deelname spelers
I.1.1. Een team wordt toegelaten in de stimuleringsklasse indien het team nog niet het niveau heeft om deel te kunnen nemen aan de laagste klasse van de Nederlandse Competitie Rolstoelhockey. Dit ter beoordeling van de competitieleider stimuleringsklasse.
I.1.2. Indien blijkt dat een team, dat deelneemt aan de stimuleringsklasse, het niveau heeft om deel te nemen aan de laagste klasse van de competitie, dan is de verantwoordelijke Werkgroep Rolstoelhockey gerechtigd dit team niet meer aan de stimuleringsklasse deel te laten nemen.
I.1.3. Een speler die deelneemt aan de stimuleringsklasse mag niet zijn ingeschreven bij de competitie rolstoelhockey.
I.1.4. Voor deelname aan de stimuleringsklasse zijn spelers niet verplicht in het bezit te zijn van een spelerskaart.
I.2. Inschrijving
I.2.1. Een team dient zich minimaal twee weken voor de competitiedag schriftelijk aan te melden bij de verantwoordelijke competitieleider stimuleringsklasse.
I.2.2. Voor aanvang van de eerste wedstrijd dient het team het vastgestelde inschrijfgeld per wedstrijddag te betalen aan de verantwoordelijke competitieleider van de stimuleringsklasse.
I.2.3. Voor aanvang van de eerste wedstrijd dient het teamopgaveformulier ingeleverd te zijn bij de verantwoordelijke competitieleider stimuleringsklasse.
I.2.4. Een team dat deelneemt aan de stimuleringsklasse kan niet worden ingeschreven voor het bekertoernooi.
Bijlage II: Reglement bekertoernooi
II.1. Door of namens de Technische Commissie Rolstoelhockey wordt zo mogelijk ieder speelseizoen een bekertoernooi georganiseerd.
II.2. Een team dat door een vereniging wordt ingeschreven voor het bekertoernooi mag alleen bestaan uit spelers in bezit van een geldige spelerskaart die voor die vereniging aan de Nederlandse Competitie Rolstoelhockey deelnemen.
II.3. Het inschrijfgeld voor deelname aan het bekertoernooi wordt jaarlijks vastgesteld door de Technische Commissie Rolstoelhockey.
II.4. De indelingsprocedure wordt jaarlijks vastgesteld door de Technische Commissie Rolstoelhockey.
II.5. Alleen teams, van wie het inschrijfgeld voor de door de Technische Commissie Rolstoelhockey vastgestelde datum is ontvangen, kunnen deelnemen aan het bekertoernooi.
II.6. Tot uiterlijk 14 dagen voor het bekertoernooi kan een vereniging schriftelijk een reeds ingeschreven team terugtrekken uit het toernooi. De reeds betaalde inschrijvingskosten worden gerestitueerd.
II.7. Een ingeschreven team dat door de vereniging binnen 14 dagen voor het bekertoernooi wordt teruggetrokken heeft geen recht op restitutie van het inschrijfgeld.
II.8. Nadere bepalingen met betrekking tot de spelregels of het wedstrijdreglement kunnen door de Technische Commissie Rolstoelhockey vastgesteld worden.
Bijlage III: Reglement introductiespelerskaart
III.1. Definitie
III.1.1. Een introductie-spelerskaart is een spelerskaart met het doel deelname aan de competitie rolstoelhockey te stimuleren.
III.1.2. Een introductie-spelerskaart is een geldige spelerskaart. Spelers met een introductie-spelerskaart zijn derhalve speelgerechtigd.
III.2. Voorwaarden introductie-spelerskaart
III.2.1. Spelers die de afgelopen vijf jaar niet aan de rolstoelhockeycompetitie hebben deelgenomen, kunnen een introductie-spelerskaart aanvragen.
III.2.2. Een introductie-spelerskaart wordt slechts één keer in de vijf jaar aan een speler toegekend.
III.2.3. Spelers in bezit van een introductie-spelerskaart zijn gedurende één competitiedag speelgerechtigd.
III.2.4. Een speler met een introductie-spelerskaart mag slechts voor één team van een vereniging uitkomen.
III.2.5. Een introductie-spelerskaart wordt niet verleend aan spelers die voor een team in de Super-League en Hoofdklasse willen uitkomen.
III.2.6. Voor de laatste competitiedag van het speelseizoen worden geen introductiespelerskaarten verleend.
III.2.7. Voor de Nationale Kampioenschappen worden geen introductiespelerskaarten verleend.
III.2.8. De aanvraag van een introductie-spelerskaart dient, uiterlijk een uur voor aanvang van de wedstrijd, bij het lid competitiezaken van de verantwoordelijke Werkgroep Rolstoelhockey te geschieden. Indien het lid competitiezaken niet aanwezig is kan de kaart achtereenvolgens aangevraagd worden bij het lid scheidsrechterzaken en een ander lid van de betreffende Werkgroep Rolstoelhockey.
Bijlage IV: Reglement supercup
IV.1. Door of namens de Technische Commissie Rolstoelhockey wordt zo mogelijk ieder speelseizoen een Supercupwedstrijd voor H- en E-Hockey georganiseerd.
IV.2. Een team voor een Supercupwedstrijd mag alleen bestaan uit spelers in bezit van een geldige spelerskaart, die voor die vereniging aan de Nederlandse Competitie Rolstoelhockey deelnemen.
IV.3. Voor de Supercup plaatsen zich de Nederlands Kampioen (zie artikel B.5.1.) en de winnaar van het Bekertoernooi, beiden van het voorgaande speelseizoen.
IV.4. De datum, plaats en tijd van spelen wordt bepaald door de Technische Commissie Rolstoelhockey.
IV.5. Nadere bepalingen met betrekking tot de spelregels of het wedstrijdreglement kunnen door de Technische Commissie Rolstoelhockey vastgesteld worden.
Uitgebracht door de Technische Commissie Rolstoelhockey, juni 2005
